Rasstandaard:
      Dalmatische hond
      Basset Artésien Normand

Vakantieopvang?
Informeer naar de mogelijkheden!

Naar de puppy-cam!
Wij zijn lid van:

NCDH
BCDH
BDC
BANCN

Laatste update: 13 november 2011

Basset Artésien Normand


FCI Standaard No. 34, 14-4-1999

Herkomst: 


Doel:

Historie:






Uit Frankrijk afkomstige, laagbenige drijfhond met een zeer fijne neus, volhardend op het spoor. Adellijk van hoofd en bouw en vrolijk en aanhankelijk van aard.

Jacht te voet

De grondlegger van de Basset Artésien Normand zoals wij die nu kennen, is de fransman Leon Verrier. De Artésien stamt af van honden met een hoge beenlengte die bij de jacht te paard werden gebruikt. Basset betekent laag gesteld. De Basset is geschikt voor de jacht te voet, hetgeen nog steeds in meuteverband – met name in Frankrijk – wordt beoefend. De Franse Basset heeft een zeer goede neus. Hij is gefokt om wild zelfstandig op te sporen en op te drijven (bijvoorbeeld konijn en haas). Op verkeersveilig terrein kan hij los meelopen. Als pup is dit snel geleerd. Mocht hij zijn neus achterna gaan en wat verder weg zijn, dan weet hij zijn baas terug te vinden.
   

Algemeen voorkomen:

Belangrijke proporties:





Een lage en langgerekte hond; stevig op de benen. De voorbenen zijn kort, dik en gebogen; de borst is diep met een tamelijk ver vooruitstekend borstbeen. Het hoofd heeft veel adel, is droog en heeft laag aangezette, zeer lange en naar binnen draaiende oren.

 - schofthoogte: lengte van het lichaam +/- 5:8
 - diepte van de borst: schofthoogte +/- 2:3
 - breedte van de schedel: lengte van het hoofd +/- 1:2
 

Karakter:


Hoofd:










Snuit:
















Nek:

Lichaam:




















Staart:


Ledematen:













Gangwerk:


Aanhankelijke, trouwe, sociaal ingestelde en vrolijke hond met veel jachtpassie en allure. Een allemansvriend. Niet nerveus en zonder spoor van enige agressie.

Koepelvormig matig breed, goed gevormde wangen met één soms twee huidplooien, in zijn geheel moet het hoofd een droge indruk maken ( met andere woorden ) het hoofd strak en scherp.

Schedel:
 Gewelfd, de stop niet overdreven aanwezig, de achterhoofdknobbel ( occiput ) meestal duidelijk aanwezig.

Neus:
Zwart en breed, een beetje voor de lippen uitstekend,

Snuit:
Van middelmatige lengte, vrij breed en de neusrug iets gebogen (ramsneus).

Kaken/gebit:
sterke kaken met een perfect en regelmatig schaargebit, dwz de boventanden sluiten nauw over de onderste tanden en staan haaks op de kaken. Gewensit is een complete set van 42 tanden en kiezen (overeenkomstig de tandformule) De tanden zijn gelijkmatig van afmeting en wit.

Ogen:
Groot, donker, met kalme ernstige uitdrukking. Het rood van het onderste ooglid mag ietsje zichtbaar zijn.

Oren:
Zo laag mogelijk aangezet, altijd onder de ooglijn, smal bij de aanhechting altijd soepel, dun en zeer lang, kurketrekkervormig naar binnen gedraaid. De lengte moet altijd tot voor de snuit (neus) komen, liefst puntig eindigend.

Hals vrij lang met wat keelhuid.

Rug:
breed en vast

Schouders:
Rond en kort, sterk gespierd, goed vast aanliggend tegen borstkas.

Dijen:
Zwaargespierd en gevuld zodat de hele achterhand aanziet als een halve bol.

Heupen:
Een beetje schuin, aflopende croupe, iets achterhand veroorzakend.

Borst:
Het borstbeen goed uitstekend, de borstdiepte middelmatig, brede borst die goed afgerond is.

Lendenen:
Enigszins ingesnoerd.

Zijden ( flanken ):
Aflopend en gevuld.

Goed aangezet, stevige aanhechting, dik uitlopende naar dunner aan de punt. Sabelvormend gedragen komt voor maar liever afhangend gedragen en nooit over de rug gekruld.

Voorbenen:
Kort, dik, gedraaid of halfgedraaid of iets minder, maar altijd enige draaiing aanwezig. Geen bolvormig aanzicht of naar voren doorgeknikte polsen. Op de middenhand onder polsgewricht zijn dikwijls huidplooien, één of meer, aanwezig.
Schouders: Rond en sterk

Voeten:
Loodrecht geplaatst, behalve de tenen die zonder misvorming wat verdraaid verlopen, zo dat ze allemaal de grond raken. De Basset laat een voetspoor achter als van een grote hond.

Sprongen:
Licht gebogen en sterk, komt ook één of meer huidplooivorming voor, zoals de punt van de hiel soms een uitstekende bobbel laat zien van losse huid.

Kalm, makkelijk en uit de achterhand stuwend.

 

Vacht:








Maat en gewicht:




Fouten:











Aanbeveling:

Beharing:
Kort, dichtbehaard nooit fijnharig maar hard en glad.

Kleur:
Meestal ( tricoulore ) driekleurig soms twee kleurig ( wit en rood-orange ) dus bonte hond. De driekleur is zwart-bruin-wit. Gewoonlijk zwart zadelpatroon met rood-bruin afzetting langs hoofd, schouders, dijen waaronder veelal een witte afzetting komt aan voeten en/of benen, witte hals, buik en borst. Dikwijls wit puntje aan eind van staart.

Algemeen evenwicht is van het grootste belang

Schofthoogte: Reuen en teven: 26-36 cm (1 cm meer of minder is toegestaan)

Gewicht:  15-20 kgg

Elke afwijking van de voorgaande punten moet worden beschouwd als een fout en de ernst van de fout moet worden beschouwd in de juiste verhouding tot de mate en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Uitsluitende fouten:
• Agressiviteit of overdreven schuwheid
• Over- of onderbeet

Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsafwijkingen heeft moet gediskwalificeerd worden.

N.B. Reuen moeten twee normale testikels hebben die volledig zijn ingedaald in het scrotum




   


Erna Kuipers en Luc Aben -  Kruislandsedijk 27A  -  4651 RH Steenbergen (NB)  -  0167-500882 - info@namaras.nl